ECN kritisch over Energierapport 2008

20 juni 2008
Het Energierapport dat minister Van der Hoeven vorige week presenteerde is een verbetering: onderkend wordt dat technologische doorbraken nodig zijn, het gedrag van verbruikers moet veranderen en de infrastructuur moet worden aangepast. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) ondersteunt ook de boodschap van de minister dat voor het veiligstellen van de voorzieningszekerheid en voor verduurzaming flinke (financiële) offers nodig zijn. Maar het rapport zet te vroeg in op de gasrotonde en laat waar het duidelijkheid moet geven, kansen voor leiderschap liggen. Een duidelijke routekaart met concreet beleid ontbreekt.

In het Energierapport 2008 schetst minister Van der Hoeven (EZ) niet alleen haar zorgen over de toekomst van onze energievoorziening. Zij schetst ook de contouren van haar visie op een duurzame energievoorziening. Ze kiest er voor alle opties open te houden. Ton Hoff, directievoorzitter van ECN: "Dat is geen slechte strategie, maar het is jammer dat het daarbij blijft. Het was nog beter geweest als de minister voor een duidelijker visie of blauwdruk had gekozen, en had nagedacht over een routekaart voor het realiseren van die visie. ECN deelt de mening van de minister dat Nederland veel opties nodig heeft voor de overgang naar een duurzame energievoorziening. Maar we moeten ook bedenken op welke terreinen we het verschil willen maken."

Het rapport bevat weinig nieuwe initiatieven voor het benutten van duurzame energiebronnen en voor het stimuleren van energiebesparing. Het rapport spreekt wel onomwonden steun uit voor de mogelijke functie van Nederland als Europese gasrotonde, als onderdeel van de vraag hoe we de toevoer van gas uit andere landen kunnen veiligstellen. Remko Ybema, manager van de unit Beleidsstudies van ECN: "Daarmee is het weer teveel een gasrapport. De gasrotonde is nog een vaag concept en het is erg vroeg om nu al te beslissen. Want het is nog maar de vraag hoe een doortimmerde kosten-batenanalyse voor de gasrotonde uitpakt. Het zou verstandiger zijn om bijvoorbeeld vijf varianten van de rotonde te ontwikkelen en die tegen de achtergrond van een paar scenario's te analyseren. En dan te besluiten over steun voor een gasrotonde en, zo ja, welke variant."

Het Energierapport getuigt verder van een groot vertrouwen in de markt voor de overgang naar een duurzame energievoorziening. ECN heeft ook veel vertrouwen in de bijdrage die marktpartijen kunnen leveren. De marktpartijen zelf geven echter aan dat ze duidelijke kaders willen, consistent beleid en een helder lange-termijnperspectief. Hoff: "Dat vraagt om leiderschap en concreet beleid. En juist op dit gebied laat het Energierapport kansen liggen. De minister had kunnen aangeven dat het nu menens is en dat de verduurzaming van onze energievoorziening voor iedereen consequenties heeft en dat we een combinatie van instrumenten nodig hebben: het verleiden van de voorhoede, het prikkelen van de middengroep en het verplichten van de achterhoede. Een gemiste kans is ook dat de minister de nationale doelen voor de inzet van duurzame energie niet heeft bijgesteld. De energiewereld is al lang doordrongen van het feit dat in 2020 een aandeel van 20 procent duurzame energie nog niet kan worden gehaald. Niet voor niets stelde de EU in haar klimaatpakket, dat op 23 januari werd gepresenteerd, voor Nederland een duidelijk lager doel. Waarom dan nog langer aan die 20 procent vasthouden? Liever een wat lagere doelstelling, maar wel concreter beleid om het te realiseren."

Het Energierapport biedt tot slot weinig soelaas voor de stroperige besluitvorming in Nederland. Hoff: "Er moet haast worden gemaakt met het wegnemen van hinderpalen voor het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven wil graag maar loopt tegen muren op. Het heeft niet alleen behoefte aan consistent beleid en stimulering in financiële zin, maar ook aan snellere vergunningsverlening, minder bureaucratie, stroomlijning van de inspraakprocedures en aan helderheid over financiële randvoorwaarden zoals CO2-prijsstabiliteit, enzovoort. En aan helderheid over waar we naar toe willen. Dit is erg onderbelicht in het rapport." Ybema: "Een goed voorbeeld is de passage in het rapport over de Noordzee. Ja, er wordt voor eind 2008 een Ruimtelijk Perspectief Noordzee beloofd en een verkenning van verschillende vormen van duurzame energieopwekking op zee tussen 2008-2010. Maar het is nu echt wel duidelijk wat we moeten doen: wind op zee, wind op zee, wind op zee. In een lab kan nog gestudeerd worden op energie uit osmose en golfslag, maar het is duidelijk dat we daar op korte termijn niet veel van kunnen verwachten. Ook het onderzoek van Tennet naar de mogelijkheid van een stopcontact op zee vraagt nu om concreet, doelgericht beleid in plaats van de aankondiging van nog meer en breder onderzoek."
Bron: ECN
Winkelwagen
0 artikelen | € 0,00
»
Zoeken
»
Filter